Nederlandse mondhygiënisten presenteerden op prestigieus internationaal congres
‘Ik voelde me vereerd dat ik mocht komen spreken’
Dinsdag 22 september 2026
Deze zomer was de Nederlandse inbreng groot op het internationale congres ISDH. Het toont aan dat ons land voorop loopt als het gaat om het toepassen van wetenschappelijke kennis in de praktijk of de inrichting van ons onderwijs en samenwerking met andere disciplines. Maar hoe hebben de mondhygiënisten, die een presentatie gaven op zo’n prestigieus podium, dit zelf ervaren?
Eveline van der Sluis was uitgenodigd om een lezing te geven over halitose
Het International Symposium on Dental Hygiene (ISDH) is wereldwijd het grootste internationale wetenschappelijke congres voor mondhygiënisten. Het wordt iedere twee jaar georganiseerd door de International Federation of Dental Hygienists (IFDH) en de nationale beroepsorganisatie van het gastland. Van 9 tot en met 11 juli 2026 vond het ISDH plaats in Italië, in Milaan om precies te zijn. Daar troffen mondhygiënisten, onderzoekers, docenten, studenten en andere mondzorgprofessionals van over de hele wereld elkaar om wetenschappelijke inzichten, praktijkervaringen en innovaties uit te wisselen. De Nederlandse inbreng was groot: acht mondhygiënisten verzorgden een posterpresentatie, negen mondhygiënisten deden een ‘oral presentation’ en één Nederlandse was zelfs uitgenodigd als keynote speaker.
Veilige setting
Zo maakte Ilse Triel een posterpresentatie over haar afstudeeronderzoek, met als titel: Vitamins and Oral Health in Children. Zij bekeek het effect van verschillende vitamines op harde en zachte weefsels in de kindermond, bijvoorbeeld het ontstaan van gaatjes bij Vitamine D-tekort. Hoe was het dat de hele wereld nu over haar schouder meekeek? “Zo’n posterpresentatie is best een veilige setting”, constateert Ilse. “Je kunt de boodschap zelf vormgeven zonder op een groot podium te staan. Mensen spreken je informeel aan. Je kunt wat dieper op het onderwerp ingaan. Het is eigenlijk een hele mooie manier om je onderzoek te presenteren.” Ingrid Schinkel-Vries presenteerde de minor Samen Sterker van de HAN op een poster. Daar leren wo-studenten Tandheelkunde en hbo-studenten Mondzorgkunde intensief samenwerken met elkaar, maar ook met vakgebieden als logopedie, fysiotherapie, ergotherapie of diëtiek. Dat viel goed in Milaan. “Collega’s lopen langs en stellen vragen. Uit de reacties kon ik merken dat we hier best vooruitstrevend zijn in interprofessioneel samenwerken”, zegt Ingrid. “Het zou mooi zijn om dit ook toe te passen op andere vormen van zorg.”
“Ik voelde me vereerd dat ik mocht komen spreken”, zegt Bettina Banga. De mondhygiënist presenteerde de resultaten van haar onderzoek naar de toegevoegde waarde van de app Dental Coach bij patiënten met parodontitis. Zo’n presentatie duurt standaard twaalf minuten en daarna is er niet veel tijd voor discussie. De mooiste gesprekken vonden plaats in de dagen daarna, vindt Bettina. De ideeën daaruit kan ze weer terugkoppelen aan de eigenaren van de app, zodat die Dental Coach kunnen doorontwikkelen. Zelf wil ze breder onderzoek gaan doen naar e-health in de mondzorg. “De mogelijkheden zijn legio, maar ik vind wel dat we kritisch moeten zijn op de effectiviteit.” Anouk Loeffen presenteerde haar onderzoek naar de maatvoering van ragers en hield een pleidooi voor standaardisatie. “Elk merk hanteert een andere systeem. Dat leidt tot verwarring bij patiënten na een advies van de mondhygiënist. En als de rager te klein is, is het niet effectief. Als de rager te groot is, kan het tandvlees beschadigen. Er is een ISO-standaardmaat ontwikkeld en eigenlijk zou iedereen die moeten gebruiken. Ik heb in Milaan veel mooie reacties gekregen hierop.” Dat ervaarde ook Ria Kersbergen, die een mondelinge presentatie gaf over interprofessioneel leren in een klinische setting – eveneens een paradepaardje van de HAN. “We kregen aanmoedigingen vanuit de zaal”, zo blikt ze terug. “Iemand uit Canada benadrukte dat we niet alleen naar kenniscompetenties moeten kijken, maar veel meer aandacht moeten hebben voor samenwerken. Supervisors kunnen daarin het goede voorbeeld geven. In Nijmegen doen we dat al. We moedigen studenten aan om ook sociale activiteiten met elkaar te ondernemen. Zo kunnen ze écht een team gaan vormen.”
Je hebt geen toegang tot dit artikel.
Je kunt dit artikel momenteel niet lezen, omdat je niet bent ingelogd op deze website, NTvM Online.
Ben je lid van NVM-mondhygiënisten of heb je een abonnement op het NTvM? Log dan hieronder in.