Aannames over jongvolwassenen zijn hardnekkig. Het dominante beeld, gevoed door snelle headlines en nog snellere meningen, is dat ‘de jeugd’ consumeert, weinig wil, snel afhaakt en vooral bezig is met zichzelf. Het is een aannamestructuur die zich makkelijk verspreidt, juist omdat het zo simpel klinkt. De werkelijkheid is, zoals altijd, minder overzichtelijk en veel rijker. Feiten laten namelijk iets anders zien. Jongvolwassenen in Nederland werken gemiddeld meer uren dan tien jaar geleden en combineren vaker werk met studie dan eerdere generaties. Ook doen ze bovengemiddeld veel aan vrijwilligerswerk en maatschappelijke projecten; volgens recente onderzoeken zet bijna één op de drie zich actief in voor een goed doel of buurtinitiatief. Daarnaast start een groeiende groep jongeren een eigen onderneming: in 2025 waren er ruim 150.000 ondernemers onder de 25 jaar ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Dat zijn serieuze bewegingen. En dan is er nog iets dat je niet in statistieken kunt vangen: hun houding. Jongvolwassenen zijn opgegroeid in een tijd van klimaatstress, prestatiedruk, sociale media en economische onzekerheid. Dat maakt hen niet passief, maar juist opmerkelijk realistisch. Ze weten dat de wereld complex is. Ze weten dat succes niet vanzelf komt. Toch kiezen ze ervoor om te proberen, te bouwen, te leren, te vallen en weer op te staan. Dat is geen gemakzucht, dat is veerkracht. De aanname dat de jeugd niks wil is dus vooral een echo van een oud verhaal. De feiten tonen een generatie die zoekt, werkt, probeert, twijfelt, onderneemt, en soms meer ballen tegelijk in de lucht houdt dan wij ooit hebben gedaan. Soms ontmoet je iemand die dat hele beeld in één klap scherp stelt.
Jessica van Lingen
Haar moeder had haar getipt voor een behandeling bij mij. Ze wilde graag een gebitsreiniging. Wanneer ik haar uit de wachtkamer ophaal, zie ik een jonge vrouw: klein van stuk, prachtig lang haar, een open, onderzoekende lach. Haar handdruk is stevig, doelgericht. We starten met de anamnese en bekijken daarna haar mond. Ik zie veel tandsteen en een matige mondhygiëne. Samen maken we een plan: vandaag instructie en het reinigen van de ondertanden, waar de spalk vol supragingivaal tandsteen zit. In een vervolgbehandeling zal ik de rest van haar gebit reinigen en haar mondhygiëne opnieuw evalueren. Terwijl ik haar achterover leg, vraag ik wat zij in het dagelijks leven doet. Ze is eenentwintig. Ze vertelt dat ze in het derde jaar van de opleiding Diëtetiek zit en daarnaast een bloemenzaak runt. “Mijn vader is vorig jaar overleden,” zegt ze. “Mijn moeder heeft toen de zaak in Almelo alleen opgepakt, en de winkel bij ons in het dorp runnen mijn broer en ik.” Ze vertelt het zonder opsmuk, zonder trots. Ik herinner me ineens dat haar moeder mij ooit vertelde over de plotselinge dood van haar man, een hartinfarct. Hoe ze achterbleef met drie kinderen.
Je hebt geen toegang tot dit artikel.
Je kunt dit artikel momenteel niet lezen, omdat je niet bent ingelogd op deze website, NTvM Online.
Ben je lid van NVM-mondhygiënisten of heb je een abonnement op het NTvM? Log dan hieronder in.