Hij komt. Al jaren. Supertrouw en zeer gemotiveerd. Zij komt ook, wat onregelmatiger, vooral omdat het ‘moet’ van hem. Gemiddeld genomen komt zij elk half jaar. Zij vindt het allemaal wel best. Er zijn pockets van vier tot vijf millimeter bij de molaren, wat tandsteen. Poetsen doet zij wel maar interdentaal krijgt geen aandacht. Toch blijft het allemaal aardig stabiel. Bij elke afspraak controleer ik alles, maak ik de mond schoon, bespreek ik haar verzorging waarop zij telkens zegt; ik weet het maar doe het toch niet en gaat tevreden naar huis. ‘Daar ben ik weer mooi vanaf’, zie ik haar denken. Het is misschien gek, toch mag ik haar. Ze is duidelijk, eerlijk en laat zich geen appels voor citroenen verkopen. Ik hou d’r van. De afspraken verlopen gemoedelijk.
Vandaag gaat het – helaas – anders. Kauwgom kauwend stapt ze de stoel in. Terwijl ik mijn standaard eerste vraag inzet: “Is na de laatste behandeling iets aan uw gezondheid veranderd; operaties, ziektes, medicijnen?”, kijk ik verbluft naar haar malende kaken. Ze reageert ontkennend. “U eet iets”, reageer ik verward. Ze slikt even en zegt: “Nee hoor.” Ze ziet mijn verbaasde gezicht en reageert: “Ik ben het gewend.” Denkend aan haar maag met al die brokjes kauwgom leg ik de stoel horizontaler. Bij het sonderen blijken de pockets niet meer vier tot vijf milimeter te zijn maar vijf tot zeven. Plak interdentaal. Tandsteen. Eigenlijk hetzelfde beeld als anders, maar dan met lokaal verdiepte pockets. De stoel gaat weer verticaal. Natuurlijk weet ik: ragers zijn de bom, maar het is al vijftien jaar een soort van stabiel. Motivatie laag. Waarom nu? Wat is er aan de hand?
Je hebt geen toegang tot dit artikel.
Je kunt dit artikel momenteel niet lezen, omdat je niet bent ingelogd op deze website, NTvM Online.
Ben je lid van NVM-mondhygiënisten of heb je een abonnement op het NTvM? Log dan hieronder in.