“Sorry dat ik te laat ben! Ik was op zoek naar twee komkommers. Die moest ik van mijn vriendin meenemen, maar de Plus had ze niet en de AH ook niet. Daarom moest ik ook nog naar een andere supermarkt. Ik heb me kapot gehaast.” Hij ploft in de stoel, het zweet staat nog op zijn gezicht. Vanmiddag heeft hij nog studenten begeleid tijdens hun examens, daarna is hij op pad geweest om komkommers te scoren en nu, hop, naar de mondhygiënist. Die ook nog eens zijn mond kleurt, waaruit blijkt dat hij vandaag wel erg snel heeft gepoetst. Ik stel hem gerust. In de basis valt alles mee. Er zijn geen echte problemen en na een uitgebreide gebitsreiniging gaat hij iets uitgeruster naar huis.
Jessica van Lingen
“Mijn broer heeft kanker, mijn zwager heeft kanker en mijn andere zwager is onlangs overleden aan kanker. Dat is wel heel veel hoor”, zegt ze, een beetje onderuitgezakt in de stoel. Het is voelbaar en zichtbaar hoe de wereld en het leven op haar schouders drukken. Ze zucht. Tja, dan is het bijna logisch dat ze weer is gaan roken. Want die stress en dat verdriet … Het is zo begrijpelijk, maar o, wat jammer. We kregen net grip op haar parodontitis nu ze al een flink aantal maanden van het roken af was.
Ik knik, klop haar even op de arm en kijk in haar mond. Inderdaad: aanslag, veel aanslag. Heel strakke pockets, gelukkig nog niet echt verdiept. We praten er even over. Hoe nu verder? “Eerst maar eens van dag tot dag leven,” zeg ik, “want het is niet niks wat je meemaakt. Zullen we het tijdens de volgende nazorgafspraak weer eens over dat roken hebben?” Ze is blij met mijn begrip. De tranen staan al hoog als ze mijn kamer binnenkomt. Ze vertelt over haar man. Hij is net opgenomen in een revalidatiekliniek omdat hij herstellende is van een zeldzame zenuwaandoening. Hij is tijdelijk gedeeltelijk verlamd geweest en gelukkig gaat het nu beter. De afgelopen maanden waren een rollercoaster voor haar. Haar man, zo vitaal, die alles kon, werd opeens binnen vierentwintig uur ernstig ziek. Ziekenhuis, IC. Alles komt voorbij in haar verhaal. Het voelt kaal, zij alleen in mijn behandelkamer, want haar man kwam altijd mee. Gezellig samen op de fiets naar de mondhygiënist. Een beetje bozig zegt ze: “Ik ben ook niet met de fiets gekomen, want zonder hem is daar niks aan. Ik ben lekker met de auto.” Ze zegt het fel, maar het verdriet en de rouw om alles wat er is gebeurd druipen uit al haar poriën.
Je hebt geen toegang tot dit artikel.
Je kunt dit artikel momenteel niet lezen, omdat je niet bent ingelogd op deze website, NTvM Online.
Ben je lid van NVM-mondhygiënisten of heb je een abonnement op het NTvM? Log dan hieronder in.