Ooit, letterlijk in de vorige eeuw, werkte ik in een parodontologiepraktijk. Af en toe klopte een van de parodontologen op de deur van mijn kamer en zei dan: “Ik zag dat je een gaatje in jouw agenda hebt, ik kom even bij jou in de stoel liggen dan mag je mij even behandelen.” Ik vond dat altijd wel een beetje spannend en stroopte mijn mouwen dan wat hoger op. Schoner dan schoon en strak in het protocol, netjes meten et cetera. Niet dat hij dat allemaal vroeg van mij, hij kwam alleen even binnen voor de koffie- en theeaanslag, maar je doet toch net dat ene stapje extra. Hij is met een goed gezonde mond met pensioen gegaan, kan ik je verzekeren. In zijn mondgezondheid speelde ik maar een heel klein rolletje hoor, mijn collega’s ‘hadden hem’ ook weleens in de stoel en poetsen en rageren kon hij natuurlijk al wel een tijdje.
Toch blijft het leuk om ‘een collega’ te mogen behandelen, de vaktaal te kunnen bezigen, cuspidaat in plaats van hoektand zeggen of de 26 in plaats van de een na laatste kies links boven. Is toch anders. Menig mondhygiënist en tandarts zakten in mijn stoel achterover. Grappig genoeg komen de tandartsen met name na hun pensioen. Hebben ze dan pas tijd? Of beter gezegd; nemen ze dan pas de tijd? Wie het weet mag het mij zeggen. Opmerkelijk genoeg is de zelfzorg lang niet altijd zoals het hoort. ‘Ze’ weten wel het een en het ander over de zelfzorg, maar het is de klok horen luiden en niet weten waar de klepel hangt. Mijn ervaring is dat de tandartsen ons vak echt wel serieus nemen, maar eigenlijk zelden weten hoeveel wij weten.
Je hebt geen toegang tot dit artikel.
Je kunt dit artikel momenteel niet lezen, omdat je niet bent ingelogd op deze website, NTvM Online.
Ben je lid van NVM-mondhygiënisten of heb je een abonnement op het NTvM? Log dan hieronder in.