Er wordt al enige tijd her en der geopperd dat kunstmatige intelligentie dé grote redder van de (mond)zorg moet worden. Scanners die gaatjes sneller zien dan wij, algoritmes die botverlies meten en apps die preventieadviezen uitspuwen. Prachtig toch? Eindelijk komt de technologie ons verlossen van tekorten en de werkdruk. Nu snap ik heus wel dat AI veelbelovend klinkt. Het kan diagnoses ondersteunen, administratieve lasten verlichten en risico’s objectiever beoordelen. In theorie, want laten we eerlijk zijn: veel van die mooie beloftes botsen nog behoorlijk met de praktijk. De 78-jarige patiënt met parodontitis, diabetes en een dozijn andere kwalen past niet altijd keurig in het algoritme. Die vraagt om nuance, motivatie en bovenal menselijk contact – iets waar een siliconenbrein voorlopig niet aan kan tippen.
De cynicus in mij hoort de beleidsmakers en zorgverzekeraars al roepen dat AI de zorg ‘efficiënter en goedkoper’ maakt. Alsof een algoritme de administratieve rompslomp, of de groeiende zorgvraag oplost. We winnen misschien tijd door sneller te scannen, maar die tijd zal zich razendsnel vullen met extra patiënten of, uiteraard, nieuwe en extra administratieve verplichtingen.
Je hebt geen toegang tot dit artikel.
Je kunt dit artikel momenteel niet lezen, omdat je niet bent ingelogd op deze website, NTvM Online.
Ben je lid van NVM-mondhygiënisten of heb je een abonnement op het NTvM? Log dan hieronder in.